
Hoe je de temperatuur in je rotatieoven precies kunt regelen
Als je 220V-infraroodbollen gebruikt in een geautomatiseerde keukenapparaat, zie je vast dat het niet zo eenvoudig is om ze gewoon aan te sluiten op het stopcontact. Je hebt een goede verbinding nodig tussen het verwarmingselement en de PLC. Anders blijft de temperatuur boven het gewenste niveau, waardoor het product verbrandt.
Waarom we deze 220V-kwartsbollen gebruiken
We kiezen voor kwartsbollen gevuld met halogeen, omdat ze zeer snel opwarmen. In tegenstelling tot de ouderwetse resistieve koelblokken, die lang nodig hebben om op te warmen, sturen deze bollen kortegolfradiatie rechtstreeks naar het voedsel. Je verspilt geen tijd door te wachten tot de hele ovenruimte heet is; je kunt meteen het voedsel verwerken. Er wordt dus veel warmte gegenereerd in een klein gebied.
Het trucje met de bedrading
Gebruik geen gewone aan/uit-schakelaars. Dat leidt tot problemen. Gebruik in plaats daarvan solid-state relay’s (SSRs), in combinatie met pulse-width modulation (PWM). Door de stroom snel aan en uit te zetten, kun je de temperatuur stabiel houden binnen ±1°C.
Als je mechanische contactoren gebruikt, hoor je een constant geklikker. Dit is niet alleen storend, maar ook de contactoren slijten snel, waardoor de temperatuur erg schommelt.
Het kiezen van de juiste specificaties (en het vermijden van fouten)
We kunnen de lengte en het vermogen van deze bollen aanpassen, zodat ze passen bij de grootte van je rotatieoven. Wees echter voorzichtig: langere bollen zorgen wel voor een gelijkmatigere verhitting, maar ze zijn ook brozer. Als de oven niet perfect in balans is, kunnen de trillingen de bollen beschadigen.
En vergeet niet: deze bollen worden ontzettend heet. Als je ze te dicht op elkaar plaatst of de ventilatie verwaarloost, zal de omringende hitte de sensoren beschadigen en de bollen eerder kapotmaken dan nodig is.
Een laatste tip: plaats de thermocoupons dicht bij het voedsel, en niet bij de bollen. Je wilt weten hoe heet het voedsel is, niet hoe heet de lucht is. Op deze manier reageert het systeem op wat er echt met het voedsel gebeurt.